Groep 7
Jolanda Koelewijn, Peronne vanTwillert, 

Persoonsvorm tegenwoordige tijd
Hieronder een stukje extra uitleg over het schrijven van de persoonsvorm in de tegenwoordige tijd.
En een paar websites waar dit geoefend kan worden:
https://www.taal-oefenen.nl/taal-groep-7/woordsoorten http://leestrainer.nl/woordbenoemen/
 
Stappen: Wat moet je doen? Extra uitleg
  • Hele werkwoord/persoonsvorm
= braden Persoonsvorm vind je door:
  • de zin vragend te maken. De persoonsvorm komt dan vooraan te staan
  • zin van tt naar vt veranderen
  • zin van enkelvoud naar meervoud veranderen of anders om
  • Kijk naar de stam à
= brad Om de stam te vinden haal je -en van het hele werkwoord af.
  • Schrijf de ik-vorm
=  ik braad      Je moet soms wat aan de stam veranderenà brad wordt braad
  • Bij jij/zij/hij schrijf je ik-vorm + t
= jij/zij/hij braadt
  • Je schrijft dus een /t/ achter de ik-vorm. Ook al hoor je al een /t/. Dit gebeurt bij woorden die bij de ik-vorm een /d/ aan het eind hebben
  • Je kunt het ook controleren met het werkwoord ‘werken’ dan kun je horen of er een /t/ achter komt.
  • Je/jij achter de persoonsvorm
= ik-vorm
  • Dit kun je controleren. Als je in de zin je in jij kunt veranderen en de zin blijft goed. Dan schrijf je de ik-vorm.
Braad je/jij het vlees? (Dit blijft een goed zin.)
Braad je moeder het vlees? (Dan kun je je niet in jij veranderen.)
  • Of je gebruikt weer werkwoord werken. Dan kun je het horen.
  • Meervoud:
= wij/zij braden Als het over meerdere personen/dingen gaat, dan schrijf je het hele werkwoord
 

 
<< Terug>>