Groep 7
Jolanda Koelewijn, Peronne vanTwillert, 

img1_5

Help, ik moet een werkstuk maken!
Werkstuk en spreekbeurt groep 7  

 

 

Onderwerp: Vrij

(behalve: (huis)dieren en sporten)

Hoe maak je een werkstuk:

 
  • Kies een onderwerp, schrijf dit op de lijst bij de juf. Dit moet in de week na de voorjaarsvakantie!!
(Let op: Een onderwerp mag maar één keer worden gedaan, kijk dus eerst of niet een ander hetzelfde onderwerp heeft. Het moet ook een ander onderwerp zijn dan in groep 6)
  • Zoek in boeken, de bibliotheek of internet naar informatie.
  • Maak daar een verdeling in. Dit noem je hoofdstukken.
  • Je kunt dit alvast in klad op papier zetten.
 
Het werkstuk:
 
Moet je typen op de computer (tekengrootte 12), maar met je typediploma (hebben de meesten in bezit) is dat geen probleem
Het moet er keurig uitzien. (Let ook goed op je spelling)
Doe het netjes in een mapje.
  • Voorkant: Zorg voor een mooie voorkant met: illustratie/foto, onderwerp en je naam.
  • Inhoudsopgave met paginanummers: welke hoofdstukken zijn er en op welke bladzijde staat het.
  • Inleiding: waarom heb jij voor dit onderwerp gekozen?
  • Hoofdstukken (met illustraties): Elk hoofdstuk krijgt een eigen titel. In die hoofdstukken schrijf je de informatie die je hebt gevonden in eigen woorden en je verdeelt de tekst in alinea's. (Minimaal 8, maximaal 10 pagina’s)
  • Nawoord: Je vertelt wat je hebt geleerd van dit werkstuk en wat je moeilijk vond. Ook vertel je hoe je het vond om een werkstuk te maken.
  • Bronvermelding: In de bronvermelding schrijf je alle boeken, internetpagina's, krant- en tijdschriftartikelen die je hebt gebruikt.  
 
Inleveren werkstuk:
 
Schrijf je hiervoor in op de lijst in de klas en lever je werkstuk in bij de juf.
Je mag het ook eerder inleveren als je klaar bent!!!!!!!!!!
 

Spreekbeurt:
 
Over je werkstuk houd je een spreekbeurt. Deze houden we in april, mei en juni. Afhankelijk hiervan, lever je voor een bepaalde datum je werkstuk in.
Deze lijst komt in de klas te hangen.
 
Let op, je maakt een spreekbeurt van je werkstuk. Dit betekent niet dat je je werkstuk gaat voordragen/voorlezen.
Je gaat je werkstuk aanpassen naar een spreekbeurt. Als je tijdens je spreekbeurt gebruik maakt van Powerpoint of een Presi, dan maak je weer gebruik van steekwoorden. (gebruik dus geen hele lange stukken tekst in je Powerpoint/Presi)
 
Tijdens je spreekbeurt praat je niet over hoofdstukken, maar over de onderwerpen (punten) van je werkstuk. Dit ga je dus echt presenteren aan de klas.
(Let ook op je kleurgebruik als je het digibord gebruikt! Op een computer is het altijd helderder dan op het digibord)
 
Belangrijk! Je spreekbeurt mag 10-15 minuten duren. Niet langer! Oefen dit dan ook!
Mail je Powerpoint of Presi naar beide juffen, dus niet alleen naar de juf die je spreekbeurt gaat beoordelen.

  
Veel succes,
Juf Péronne  (peronne@vvgo.nl ) juf Jolanda (jolanda@vvgo.nl )
 
<< Terug>>